Sana Valiulina |Meulenhoff Amsterdam (2006), 429 pgs., isbn 902907504
Gelezen 20.8.2007

Sana Valiulina pakt met Didar & Faroek flink uit. Het getuigt van behoorlijk wat lef om als oorspronkelijk Estse een historisch gedocumenteerde roman over je familiegeschiedenis te schrijven in je tweede taal. Een verhaal bovendien, waarin een enorm scala aan zware onderwerpen de revue passeert. De opkomst van de Sovjet republiek, de onderdrukking van de Tataren en de Islam, Rusland in de tweede wereldoorlog, de annexatie van de Baltische staten, het conflict tussen meelopers en individualisten in een socialistische heilstaat, een gemankeerde liefdesgeschiedenis. Het is natuurlijk verleidelijk om iemand die zijn hoofd zo ver boven het maaiveld uitsteekt een kopje kleiner te maken. Maar dat hoeft helemaal niet, Didar & Faroek ademt nergens een grote pretentie, het is een roman die duidelijk vanuit het hart en met passie geschreven is. Dat gevoel sleept je mee. En daarom is er best te leven met het feit dat de roman zowel literair compositorisch als taalkundig een geen erg fijngeslepen document is. Je proeft de potentie van een groot talent en tegelijkertijd ooknog wat onrijpheid. Een onrijpheid die met een wat betere redactie her en der best wat meer verdoezeld had kunnen worden.
Valiulina geeft zelf aan dat zij in haar research voor dit boek zich onder andere baseert op een aantal middelmatige romans over de revolutiejaren. Dat zie je in het verhaal ook terug in het naïeve optimisme van Didar, maar dat blijkt ook nog eens te werken. Je kunt je ook voorstellen dat je met naïef optimisme overeind blijft inde complexe en onvoorspelbare jaren van de ontwikkeling van de Sovjet Republiek. Die pretentieloosheid tekent zich soms ook af in de dialogen in het boek. Het gaat overal en nergens over, het zijn geen intellectuele debatten die we gewend zijn van de Russische grootmeesters, maar kibbelende pubers die aan het woord zijn, volwassenen die zich krampachtig vasthouden aan de ongeschreven regels van de Sociale omgang, moeders met een vage notie van wat volgens Allah al of niet fatsoenlijk is. Beide hoofdfiguren worden op hun manier op handen gedragen: Faroek omdat hij ziekelijk is en een zorgenkindje, Didar omdat ze autonoom is en duidelijk de grenzen opzoekt van wat ze zich als vrouw kan permitteren.
Valiulina verstaat de kunst van het vertellen en heeft een enorm verbeeldingsvermogen, dat voel je tijdens het lezen en dat sleept je mee door het verhaal. De constructie van het verhaal zit daarbij soms in de weg. Ik ben er niet uit of ik tijdens het lezen nog wel voortdurend in mijn achterhoofd had dat Didar & Faroek elkaar aan het eind moesten krijgen. Die suggestie wordt vooral gewekt door de personages om en om aan het woord te laten, maar over elkaar hebben ze het niet zo vaak. Eigenlijk denk ik dat het als liefdesverhaal niet erg geslaagd is. Als schets van twee parallelle levens wel, maar de momenten dat ze elkaar kruisen zijn het minst sterk.
Wat is het beeld dat bijblijft van Didar & Faroek als karakters? Faroek is iemand die zichzelf overal buiten plaatst - het is wonderlijk hoe hij ondanks dat hij niet praat toch zo duidelijk een positie inneemt in het sociale leven en het gezin - en misschien daardoor wel overleeft. Voor het zelfde geld zou je zo'n overlever een lafaard kunnen nomen, maar dat is hij niet. Maar het is mij volstrekt onduidelijk wat zijn drijfveren zijn noch waarom hij niet wat heldhaftiger is geweest. Alles rond deze figuur is zo onverklaarbaar, hopeloos en vaag.
Didar is wat explicieter, maar ook zij doet eigenlijk niets anders dan overleven. Zij bindt zich niet en ziet zich als autonoom individu vaak gedwongen om te leunen op de hulp van anderen. of zich aan te passen aan het keurslijf dat wordt opgelegd vanuit gezin, overtuiging of geloof. In beide gevallen zie je wel dat er een ontwikkeling is van kind naar volwassene, maar ik kan iet echt zeggen dat de grote historische context van de roman zich ook uit in de ontwikkeling van de karakters. De geschiedenis krijgt weinig grip op ze, misschien is dat wel realistisch. De geschiedenis doet zich voor aan deze mensen en hun rol daarin is niet meer dan een toevallig individu dat die geschiedenis meemaakt en er het beste van probeert te maken.
Labels: boek, leesclub